Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 234. )—

«Jat de vrede en de rust van dezen afhangen van de opvoeding der burgers. Het knaapje, dat zich in zijne kindsheid met looze trekken en kleene fnoodheden vermaakt, zal mij kunnen ontrusten , en mijn ongeluk, of dat mijner Kinderen, groot zijnde , veroorzaaken. Ik heb dus het recht, van de Maatfchappij te vorderen, dat zij zorge drage , dat hij een braaf mensch worde , en zo zij dien plicht verwaarloost, doet zij mij ongelijk aan.

Ondenfeld eens, dat 'er in de rechten der Vaders eenige bepaalde voorwaarde is, welke der Maatfchappij belet, om voor de opvoeding der Jeugd te waaken , dan is zij volftrekt gerechtigd, om die intetrekken, en een gevaarlijk recht te vernietigen.

De Maatfchappij, verplicht zijnde, voor de opvoeding der Kinderen te waaken, verkrijgt op hen alle, die vaderlijke rechten, betreklijk tot de uitgeftrektheid der zorgen, welken zij zich geven moet; en, daar zij de Vaders van deze zórgen ontflaat, zo is het natuurlijk, dat dezen de rechten, eeniglijk daarop gegrond zijnde, verliezen.

De-geheele opvoeding, zelfs dat gedeelte, waarmede de Vaders belast blijven , moet onder het beftuur der Maatfchappij gefchieden , omdat zij daarvoor aanfpreeklijk is. Gevolglijk zijn alle de rechten der Vaders, eeniglijk gegrond zijnde op den plicht, van hunne Kinderen optevoeden, aan het gezag der Maatfchappij ondergefchikt , en deze moest daarin de uitoefening bepaalen en derzelver grer.spaalen vast. flellen.

Niet alleen verand woordelijk zijnde voor de Kinderen,

Sluiten