Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C =5° )—

Door aanhoudende verkeering met meer vermogenden, dan zij, hebben zij ook hunne hebbelijkheden aangenomen , en hiermede zich derzulken leevenswijze eigen gemaakt. Welk een bron van bederf levert die niet op!

Maar men Helle: de Jongeling is deugdzaam, leergierig; hij is veel beloovend; ook dan is zijn toeftand niet zorgeloos : zijne weldoeners kunnen trouwloos in hunne beloften worden, en hij zelf kan hiertoe de onfchuldige oorzaak zijn. Hoe teder is de gegrondst fchijnende j vriendfchap niet ! Welk een zamenloop van omftandigheden kan 'er zijn,die de beste poogingen op het onverwachtst veriedelen ! Dit leert ons de dagelijkfche ondervinding. Indien een Jongeling een of ander lot treft, dat zijne leerzaamheid belemmert, hem weerzin in zijne oefeningen doet verkrijgen, eer hij de vereischte hoogte beklommen heeft, — en wat al geringfehijnende dingen kunnen dit veroorzaa-

j-en 2 hoe deerniswaardig is dan zijn lot, daar hij

tot den arbeid geheel ongefchikt , en om zijn eerste oogmerk te bereiken, wanhoopende is !

Men zoude hier nog kunnen bijvoegen, dat Jongelingen, zonder tijdelijke middelen, geene of weinige hoop op de goederen dezer waereld hebben, en naar de inrichting in de Kerk altijd in bekrompen omHandigheden moeten blijven. Dan, wie, die recht bezef heeft van de eerwaardigheid van het Leeraarsambt , verwerpt niet geheel deze tegenwerping ? Het minfte tractament in dit Gemeenebest is toereikende tot een beftaan : dit hier te bewijzen en met voorbeelden te ftaaven, ftrijdt tegen mijn tegenwoordig oogmerk, zowel

als

Sluiten