Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 552 )—

Ouders voorzien, dat hunne Kinderen treffen kunnen $ daar de ondervinding bevestigt, dat de meefte Predikanten van meer dan behoeftige Ouders afkomftig zijn. De eerften intusfchen hebben , bij den aanvang en voordgang hunner oefeningen, niet naar de oogen der vermogenden te zien, niet op fondfen te wachten , noch gcvaaren te vreezen, wanneer zij door voorko-. mende belemmeringen zich in hunne verwachting zien te leur gelteld.

Wie zal ontkennen, dat het eene eer voor Christus' Kerk is, wanneer haare verkondigers, bij hunne gods* dienftigheid, ook aanzienlijk naar de waereld zijn? Wanneer een godsdienilig Leeraar ook met de goederen des geluks bedeeld is, kan hij dubbel nuttig in zünen kring zijn; dan , dit neemt daarom niet weg, dat Kinderen van minvermogende Ouders niet tot den openbaaren Predikdienst mogen worden opgeleid-, er !\ d ren van meer vermogenden al. Het ambt wordt niet eerwaar iger d'oor deszelfs bedienaars , maar de bedienaars worden eerwaardiger door het het ambt. Wie toch , hoe minvermogend naar de waereld en echter een verkondiger des Euangeliums , is om zijns ambts wille minder eerwaardig , dan de ailerriikfre ? Zoude de bediening van minvermogende Predikanten niet in zommige gevallen van meer nut kunnen zijn, dan die van meer aanzienlijken? De laatften kunnen, bij hunne mondelinge vertrooflingen en opbeuringen, daadelijke uitdeelers aan den behoeftigen zijn: maar kunnen de eerften niet meer bedreven zijn in de kennis van het menfchelijk hart, ia hemelsgezindheid en andere deugden? En is dit z°»

hoe

Sluiten