Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 269 )-

Godsdienstigheid is eene vruchtbaare bron, waaruit veelerleie aanmoedigingen voordvloeien. Wanneer zij recht in onze harten brandende en blaakende is , ftreeft men alle verhinderingen kloekmoedig te boven.

Wanneer Godsdienftigheid in het hart van den leerling gevestigd is , hoe edel is dan zijne werkzaamheid! Hoe moedig treedt hij dan van trap tot trap, om de gewenschte hoogte te beftijgen ! Hoe bekoorlijk is voor hem het vooruitzicht, dat hij, naa al zijn blokken, ter verzameling van wetenfchappen, een naavolger van den Zoone Go os, in zo verre hem zulks als Christen-Leeraar mogelijk is, worden zal? Welk een (treelend aandenken , een middel in Gods hand te wezen , om zondaaren te bekecren , om flaaven van den Vorst der duifternis tot kinderen van den leevenden God te maaken, en om, na hier aart zijne beftemming getrouw beandwoord te hebben, overgevoerd te worden in het hemelfche Jeruzalem , om den goedertierenen God eindeloos te verheerlijken !

. Wie is meer in ftaat, om deze godsdienftige denkbeelden te doen geboren worden , of dezelven leevendig te houden, dan Gij, weleerwaardige Heeren Bedienaars des H. Euangeliums ? Aan TJ is de post dezer zorge allerernftigst toebetrouwd, en, indien gij 'er U niet aan gelieft te onttrekken, is het voordeel onberekenbaar.

Wij hebben opgemerkt, dat de minachting van den openbaaren Predikdienst, en van de Leeraaren, mede eene der redenen is, om tegenzin in de H. Bediening s S

Sluiten