Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C )-

lagchendemondfcheen zich enkel tot vreugdetoonen te hebben geopend. Haar hemelsblaauw gewaad wapperde bij elk windje in de lucht , en zij ftak haaren arm naar hem uit , alsof zij hem aan haaren verheven boezem wilde drukken, en uit de bronnen der vreugd ftroomen van zaligheid wilde laten drinken.

Verbaasd hield Ha leb zijn oogen op haar gevestigd, en gevoelde, zijnes ondanks, eene aandoening in zijn hart, welke hem reeds lang onbekend was geweest. Met dit alles, echter, keerde hij zijn gezicht van haar af.

„ Ik zie," zeide hij, „ dat gij de Vreugd zijt; dan, ik heb een afkeer van uwe omhelzingen. Vlied van hier; want gij zijt uit mijn hart en uit deze wildernis verbannen. Lang - al te Iang „„ ik mijj helaas! door uwe bekoorlijkheden wegfleepen, en volgde de betoverende fiern, welke op de voorjaarsweide en bij het morgenrood mijns leevens tot mij nep : dan , gij waa„ , geiijk de meefte Vrouwen , geenszins die gene, welke gij fcheent te zijn. Wanneer ik u met mijnen gefpierden arm meende vasttehouden, dan ontfliptet gij mij, en liet mij enkel de herdenking over , om mij te kwellen, en de hoop, om mij op nieuw te misleiden. Ik vond eene trouwe, beminlijke Gade, en verheugde mij over haaren rmjn aanwezen, wanneer zij, mij bij haar eerstgebooren Zoontje vergelijkende, mij een onafgebroken genot van zaligheden beloofde. Gerust fluhnerde ik met hem aan haaren boezem , en vreesde den worm niet, die eerlang mij het hart zoude afknaagen. Het jonge roofenknopje verwelkte aan zijner moeders 1 4 borst,

Sluiten