Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X ■£» }—

borst, en zij volgde haaren lieven zuigeling fpoedig in het graf. Eenzaam, gelijk een geftorven boom , bleef ik over, en reishalsde naar het oogenblik, waarop hetzelve noodlot mij ook treffen zoude; dan, het kwam niet. Ik zogt troost in bezigheden en ia wel te doen; maar men gedoogde niet, dat ik ten goede werkzaam was. Ik geloofde , vrienden te hebben , doph zag mij bedrogen. Het zaad verdroogde pp mijne akkers , en het ongedierte bedierf mijne beste vruchten. Men liet mij zelfs de deugd niet overig 5 en het geringe vermogen , hetgeen ik door mijn, en mijner Ouderen vlijt, overgewonnen had, zogt men mij te ontnemen. Toen wjerp ik al het overige van mij af, en vluchtte naar deze wildernis, alwaar het weèrbarftig noodlot mij geene vreugde fchenien kan , om mij eens van dezelve te berooven. o Zij is een armzalig ding voor den mensch! Hij fchijnc alleen daarom met fijner gevoelzenuwen gefchapen te zijn, om meer gebrek en ellende , dan andere wezens, te ondervinden. Door paogingen te doen , ter volmaaking van zich zeiven , verzwakt hij zijn ligchaam , en haalt zich nieuwe behoeften op den hals. Met zijne toenemende gevoeligheid vermeerdert het medelijden met de ellende zijner medejnenfehen ; hun ongelukkig lot wordt het zijne; zelden is hij in ftaat, om hetzelve te yerzagten , en di? berooft hem van de weinige vreugde , welke hem nog overgebleven was. Hij begeye zich naar de wildernisfen \ Hij keere tot het dierlijk leeven terug!"

Dus fprak hi, en zag, met een oog van verachting, de Godin der Vreugde aan. Medelijden daartegen

fcheen

Sluiten