Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

~( 2PP )—

doeningen, 20u de tijd voor ons gedachtenis voorboenen, en, aan den rand van het graf, Zouderl w.j het oog, langs her afgelopen roofenpad Z ***** op onze wieg vestten, „et weerzin de fcf d-ge ruimte verlaren, en ons alleen door de nm van het graf getroost gevoelen. Thands is het geheel andersfinarten en moeili kheden verzeilen de vrolijkte da' gen. Naauwlijks hebben wij de kindsheid Md, of donkere zorgen befchaduwen onze uitzichten ; de kommerioze jaaren der jeugd zijn een droom Hoe fijner onze denkkracht is , hoe fterker wij o "s aanz.in gevoelen: is dit de reden niet, dat de fi ° , voeltgften , zoo zelden, in kommerloze genoegen, hun «re dagen afleeven, terwijl zij , die mfnder den^ » een domlige ongevoeligheid naar het graf voord; ««.«eren, Doch waarom zouden wij ongelukkig^ Waarom, door ontevredenheid, ons van alIe J ^ heden welke het hagehlijkst lot nog verzeilen bt! moven ? God is liefde! „ij bedoelt ^ (' * ramp, die ons thands traanen doet ftorten Zal' dra wij meer verlicht zijn, onzen reinften' danktoon togen: wij zijn tot geluk gefchapen; wij '7e ten Beletzelen ftooren die genietingen; maar, w% ke beletzelen? Dezodanigen, die ons nuttig ziin al dierlijk beftaan boeit ons aan de aarde ; het lï denli3ke zorgen; in deze fchelp wordt de paere^. # yormd , dte met vollen luifter aan de andere ziL des grafs zal pronken ; het geeftelijk beftaan rijpt ia het verwelkend ftof; de bfoem ,, Waarin dit zaadje rust, wordt door ftonnen gefc-okt , dbor gloeiende zonneflralen gezengd; het zaad blijft beflocen; het X 2 komt

Sluiten