Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—f 206 3—

Even min is het mijn doelwit, den Ouden allen roem, alle verdienden geheel te weigeren. Dan, daar de welvoeglijkheid dit verbiedt; vooral ook , wijl her nut hiervan weinig zoude zijn; vertrouwe ik niet, dat ieman.i zich verwonderen zal, dat ik geene dieraanftootelijkepiaatfen, van welken hier boven gewag gemaakt wordt, ter ftaavinge mijner gezegden hebbe aangevoerd. /

Dan, natuurlijk zal men op dit alles terftond vraagen; welken dan, in dit opzicht, de beste, de zekerde behoedmiddelen zijn? — welken weg men het veiligst kan inflaan, en welke Schrijvers 'er dus nog overblijven', om door Jongelingen van dien ouderdom te kunnen gelezen worden?

Omtrend deze voorbehoedzelen is in het voorbij, gaan reeds iets gezegd. Dezelven zijn geene anderen, dan Godsdienst en Deugd.

Oudeis! — ligt de opvoeding van uw teder en beminnelijk kroost; ligt hun geluk, hun eenig wezenlijk geluk, en hier, en aan gene zijde des grafs, u flechts eenigzins aan het harte? — welaan dan, betoont dit, door hun, van hunne vroegfle, hunne allerprihle Jeugd, een waar, groot, vast en verheven denkbeeld van den fchoonen, den heerlijken , en alleen waaren Godsdienst inteboezemen !

'Er ligt uwen lieve kleenen, van zes, zeven of agt jaaren — want dit is het tijdsgewricht, wanneer hun redenüjk onderwijs eenen aanvang behoort te nemen — zeer weinig aan gelegen, wat Lut 11 er , Calvijn, Arminius, Menno Sim ons, en anderen, geleeraard hebben; — wat

een

Sluiten