Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—( 33? )—

op de Indiaanfche Vrouwen gehad hebben. Men heeft opgemerkt, dat zij de Kinderen van haar geflacht, uit mededoogen over derzelver aanftaande hard lot, hebben omgebragt {*). De verachting van het leeven, waardoor de Japanners (|) zich boven andere volken onderfcheiden, mag wel in het ruuw en ongunftig klimaat , en nog meest in de opvoeding (J), voor een gedeelte haaren grond hebben;

maar

(*) Zie Roberts on Hifi. of Amtr. I. 310. Zelfs het drukkende des lijfëigendnms , zoals liet nog in eenige Provintiën van Duitscbland plaats vindt, zal deze werking naar zich getrokken hebben, dat, op zeker adelijk landgoed, de jonge lieden eene afbraak maakten, om volftrekt niet te trouwen. Zij blee. ven 9 jaaren lang bij dit opzet, en bedreeven ondertusfehen de fehandelijkfté ontuchtigheden, en het landgoed was daardoor digi bij zijnen ondergang, van welken een nieuw eigenaar het door zachtheid, beloften, en belooningen voor hun, die trouwden, nog redde. Dit verzekert Buscn von Geldfumlauf. II. ƒ.393. Le Guine bericht als zeker, dat de inwooners der BTariaanfibe Eilanden hun gedacht niet willen voordplanten, van wege de ongehoorde verdrukkingen, die zij van de geeftelijkheid en den Gouverneur hebben uitteftaan. Gotting. Anzeigen 1781. zug. ƒ 806.

Cf) Home's Proeve ever de Ge/eb. der mensch. I. sh. Eén

bewijs voor veelen geeft Kaempfer in het volgende: Bij zekeren brand ftortten de Ouders , die van het land terugkwamen, en hunne Kinderen in de brandende huizen zonder hulp vonden, zich vrijwillig bij dezelven in de vlammen. Uitgave van Do hm, II. Deel. bladz. 362.

(§) Ik heb zelf gehoord, dat men fchreiende KindereH met krijgs - liederen ftilde; dat men in de fchoolen de laatfte brieven van helden en zcliimoorders, die hier ook onder de klasfe van helden geteld worden, aan de jonger.s verklaarde, hen dezelven het van buiten leeren, en tot oefening febriiven, om hun dus, met de allcreerlte kundigheden, eene verachting des doods en dapperheid inteboczemen , fchrijft KAEWff« bladz. 400.

Sluiten