Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 348 >-

de grooten tot gehoorzaamheid , én verleiden dié ook, om de inkomften van hunne Provinciën te verkwisten, die hun anders vermogen en Uist kunnen geven, om onlusten te beginnen. En geene andere gefteldheid en doel heeft, over het algemeen, de beleefdheid der aanzienlijken jegens de geringeren in deze Staaten. De geringeren moeten wel orri viel beleefd zijn , uit vreeze en gewoonte. De Ve„etiaansn, inzonderheid die niet' van adel zijn, munten boven andere Volken uit, door hunne bekwaamheid om zieh vriendelijk en vleiend te gedragen; Hunne taal, zegt Baretti , fchijnt uit niets anders, dan urt vriendelijke woorden en tedere bijwoorden te beftaan. Door de buiteufpoorigfte pluimftrijkérijën alleen, zijn zij in ftaat, om zich bij de Adelijken , hunne trotfche Opperheeren, bemind te maaken 5 bij de Adelijken , die zieh alleen als geboren Vorften aanzien, en laaghartig genoeg zijn , om , tenteeken hunner hoogheid, in de Comcdvc, uit hunne Loges, het gemeen op het hoofd te fpuwen. Daarvoor zoeken zij dan echter deze heeren, en al Wat tot hun behoort , uit hunne gezelfchappcn te verwijderen 5 waartoe de liverij van een' vreemd Staatsdienaar voor de huisdeur genoegzaam is. ( )

6 ) Achting voor uiterlijkheden gaat in 't gemeen bij den Slaaf verder , dan bij vrije lieden , omdat hij niet mag denken , noch naar deredenen en het wezen

der

0 Accent of tb* manners and tuft,»: of Itaij. Chef. XXVT uil. C. V.

Sluiten