Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B Ij D R A GE N

TOT HET

MENS CHELIJK GELUK, i.

MENSCHKUNDÏGE WAARNEMINGEN,

ten behoeve

van JONGE JUFFERS. (Vervolg van Deel III. bladz. 214.)

Vierde Waarneming.

Hetgeen de menfchen zijn en verrichten, zijn en verrichten zij zeer zelden uit vaste beginzelen, zeer zelden uit eene vrije verkiezing , welke op eigen overtuiging gegrond is; maar deels uit eene inwendige natuurlijke gefteldheid, welke hen heimlijk tot deze en gene handelingen aanzet, deels uit traagheid, welke hen niet zelden dringt, om tegen de beter infpraak hunner reden te handelen, en deels, eindelijk, uit noodzaaklijke behoefte. De volmaakte wijze alleen — zoals elke eeuw, onder millioenen IV.D.V.S. Dd men-

Sluiten