Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 4°° )—

tijds artewenden , en 'er zich gelukkig uit te redden.

4. En eindelijk, uit noodzaakelijke behoeften. Hoe min de mensch dezelven heeft, zo veel te vrijer is hij , en zo veel te gemaklijker zal 't hem'vallen, het verftand tot eenen rechter zijner daaden, tot een beftuurer zijner driften , en tot een' regel van zijn gedrag te ftellen. Hoe meer behoeften echter, hoe grooter flaavernij, hoe minder deugd, hoe minder gelukzaligheid! De overmaat van behoeften, mijn Kind! is de rijkfle bron van de menschlijke redenloosheid en ellende; het grootfte onheil, welk met de meerder befchaaving van Landen en Volken onaffcheidlijk fchi nt verbonden te wezen ! Zederd de menfchen zich tot duizenden en duizenden , ja tot millioenen, in één burgerlijk ligchaam verè'enigden ; zinds de heerfchers des Volks, om dit overgroote ligchaam, naar hun welgevallen , te regeeren en te beftuuren , het geweldige middel van ontzenuwing, de kunften met derzelver geftadige gezellin , de weelde , wisten in trein te brengen, en de weinige oorfpronglijke driften der menschheid, door eene overdreven befchaaving, tot ontelbaare , voorheen onbekende, begeerten verdeeld en vermenigvuldigd worden — zederd dien tijd zijn de menschlijke behoeften, en met dezelven de gelegenheden tot meerder zamenbotfingen, de aanleidingen en verzoekingen tot wederzijdfche onrechtvaardigheden, fnoode bedriegerijen en verkortingen , tot in het oneindige vermeerderd. De ten dringt nu den ander. De een trapt den ander op denvoet, niet , omdat hij zulks wil doen , maar omda;

Sluiten