Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 410 )—

kant der zinnelijkheid eenige beweegredenen toe zijn. Waar dezen dus ontbreken; waar men niet in ftaat is, dezelven aantevoeren; waar zelfs zinlijke drangredenen , regelregt aanlopende tegen datgeen, wat door menfchen gefchieden moet, afkeerig maaken, daar kan men van dezelven niets verwachten , immers niets , 't geen moeite, ftandvastig geduld en opofferingen kost.

Uit deze drie waarnemingen nu, mijne C har lotte, kunnen de volgende regels voor uw gedrag worden afgeleid.

1. ) Zijt toegeeflijk omtrend de misflaagen en doolingen uwer medemenfchen.

2. ) Zoek, voor u zelve, van uwe natuurlijke gefteldheid , en den invloed der traagheid , op allen werkende, meefter te worden. Houd de wacht over u zelve, opdat gij geene gewoonte aanneemt, welke u zoude kunnen verhinderen, overeenkomftig uwe beginzelen te handelen, en draag vooralle dingen zorg, dat gij zoo weinig behoeftig zijt, als uwe natuurgenooten u flechts zullen veroorloven.

3. ) Maak nooit uit datgeen , wat iemand voor zijne grondbeginzels opgeeft, eenbefluit op, aangaande de wijze , hoe hij zich, bij deze of gene gelegenheid, zal gedragen; maar raadpleeg daarbij altijd de algemeene , menfchelijke natuur, zijn bijzonder charakter, en den aard en de wijze, op welke hij zich bij gelijke gelegenheden pleegt te gedragen.

4. ) Hoe grootfcher de denkbeelden en hoe verhener de beginzels zijn , welken iemand voor de zijnen opgeeft , zoveel te minder moet men ze hem toevertrouwen.

5.) Moet

Sluiten