Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

S O P H I A.

(Een Charakter.)

Oophia is geene fchoonheid; maar fchoonheden zijn , in haare tegenwoordigheid , onvoldaan over zichzelven. Zij fchijnt , in den eerften opfiag, niet meer,dan aardig;doch hoe meer men haar befchouwt hoe bevalliger zij wordt. Zij wint, wanneer anderen' verliezen; en 't geen zij-wint, verliest zij nimmer Niemand is haar gelijk h Zachtheid van gelaatstrekken, en, zonder haare Aanfchouwers te verrukken trekt zij ieders aandacht tot zieh. Zij is eene lief hebler van fraaie kleeding, en heeft 0f)k fa opzicht, een' goeden fmaak: zij veracht den opfchik maar kleedt zich met bevalligheid, verëenigende daar' in eenvoudigheid met welvoeglijkheid. Zij fa onkundig van de kleuren der mode , maar weet zeer we> wat haar best voegt. Zij dekt haare bekoorden - maar zoo ligt , of liever zoo kundig, dat dezelven fpeeling aan de verbeelding geven Zi maakt ztch bekwaam tot het beduur eener eigen huishoudinge, door die van haare Ouders we. waarnemen. Met de kookerij is 2ij gem eenzaam : de E e 3 hoe-

Sluiten