Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tuur het beste; en wil dus gelooven, dat 'er hier of daar wel een enkele fchuilt, die eene wederlegging, welke e)k, behalven hij , f want dat is door onze eigenliefde , naar mijne gedachten, onmoogiijO die, elk , zeg ik, zonder aanftooc lezen kan, voor befiheiden houden zou; maar, helaas ! bij de meeften zegt het woordje befcheiden niets anders, dan volgzaam, leidbaar, ten minften , t.iet » ederfireevend. — Ik wil van U hoopen , mijne Heeren, dat gij het yoor difcreet houden zult, wanneer ik U mijne bedenkingen , tegen uwe leer over de Gouvernantes, U briefswijze voordrage en U vrijheid geve, om 'dezelven te laten drukken in een volgend ftuk , en dan te wederleggen , of anders te gebruiken , of zelfs geheel te pasfceren ; terwijl ik U verzekere, dat ik mij zelfs aan dit laatfte geval niet ergeren zal. —

Om dan terftond ter zake te treden: hetgeen die oude Mevrouw, op de bedoelde plaats (*) , aangaande de Franfehe Mad.m ,ifelles zegr, is zeker van dien aard, dat het de opmerkii.g van alle Menfchenvrienden zou verdienen; maar, die Dame zegt ons zóó veel , zoo veel, dat men al zeer polit moet wezen , om aan haar Ed. geene i,■ poütesfcs te zeggen. Waarlijk , vvanneer men den brief leest, zou men zeker moetendenken; „ Eene Franfche Gouvernantes wel een fchandvlek , het bederf en de pest der Nederlandfche Julferen." —

Ik, voor mij , mijne Heeren, heb geen ander belang , om het pleit voor deze menfchen optenemen,

dan

(*) D. I. bl. 276.

Ee 5

Sluiten