Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—( 423 )—

komen, dan armen, en — magnum pauperies opprobrium jubet quicquid & facere & pati, virtutisque viam dejerit drdua! — Dus kan men hare gebreken vrij wat verfchoonen. — En, toch - Mevrouw zal met mij wel weten, hoeveele deugdzaame en braave Gouvernantes 'er nog zijn! Ik kan, ik mag 'er geene van noemen, wijl ik' daardoor anderen zou fchijnen te beleedigen. Ik moge alleen als voorbeelden aannaaien MejufFr. R. en de Mademoifel hij de

Juffr. T. te , de Gouvernante bij de Freule

L. en H. bij de Juffr. N., T., L., W., enz. te.... Deze zuilen zeker niet voor uitfehot kunnen 'gehouden worden.

Dit geef ik, mijne Heeren, aan Mevrouws en uwe overweging gaarn over, en heb de eer te zijn

Uw oprechte Dienaar en onbekend Vriend,

25 SePf- Onder de Spreuk)

„ La deuce philantropit

,, Fait te charme de ma vie." —.

A N D W O O R D. Mijn Heer!

Wij hebben uwe aanmerkingen aan die oude Mevrouw, gelijk gij de Moeder gelieft te noemen, _ die den door TJ gerecenfeerden brief aan haare Dochter heeft gefchreven, ter hand gefteld, om haare gedachten over uwe misfive te vernemen; dewijl wij meenden, TJ niet beter te kunnen beandwqorden,-

dan

Sluiten