Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 437 )—

van zijne jeugd af aan , terwijl echter de ganfche plaats zijner inwoning overtuigd is , dat het tegen-» deel zelfs binnen de deuren van zijn huis, op meer dan ééne wijze, plaats heeft. Dezen kan men zeker den naam van Tartuffe' niet weigeren , offchoon hij de Heer is in menigvuldige gevallen , die geen fproetje in het aangezicht eener Schoone ziet, of hij zal verhaalen, , dat die maal aan den hals of elders het Meisje ontziert. Hij ontdekt niet, dat iemands omftandigheden minder gelukkig zijn, dan hij zich verbeeldde, of hij verbreidt zulks op de flinklle wijs , onder den dekmantel van hulploos mededogen, en verzuimt tevens niet , de enkele gelukzaligheden, welken die mensch zich weet te verfchaffen , als misdaaden van den eerften rang voortedragen , terwijl hij zelf die pleegt, in een min openbaaren , hoewel even zeer bekenden , en indedaad veel verdefgaanden graad: — louter, omdat hij, zonder dit, zijn gemoed niet koelen kan, en vermaak vindt , zijn evenmensch, door laster , de kroon van het hoofd te rukken, om die in fchijn op het zijne te plaatzen.

Onder zijne zogenoemde Vrienden , is een waar Menfchenvriend , een man, die van elk , wie herft kent, geëerbiedigd wordt, om de braafheid van zijn hart, de edelmoedigheid van zijne denkwijze, ea de wezenlijke uitoefening van 't geen hij gevoelt, in alle gevallen, daar de menfchenliefde zijne offers vergt. — Denkt gij , dat deze vrij is van den laster des dikbloedigen ? — Neen. Deze braave man was voorzitter van een beroemd Genootfchap,

ca

Sluiten