Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 4«i )-

Welke reden toch hebben onze Colonisten, om, hunnen Slaaven de kennisfe van den Christlijken Godsdienst te onthouden? — Geene andere , dan eene gevloekte eigenbaat , en geenszins derzelver domheid. Zouden zi| eenen geheel vreemden arbeid kunnen aanleeren ; — denkbeelden verkrijgen , welken hunner ziele volkoomen vreemd waren ; — en niet vatbaar zijn voor de eenvoudige kennis aan den waaren God? — een God, dien zij; uit afkeer voor zijne belijderen — thans helaas! zo roekeloos vervloeken; terwijl hij hun lijden ziet, hunne traanen telt, hunne jammerklagten met vaderlijk medelijden hoort, en zeker eenmaal eene geduchte rekenfchap, van zulk eene affchuwelijke handelwijze, van hunne dwingelanden zal afeisfchen.

ó Slaaven-handel — Slaaven-handel! kunt gij ergens nog verdedigers vinden 1 Het beste lot immers dezer ongelukkigen rust flechts op de eenige overgebleven menschlievendheid van een goedhartig meefter. En hoe zeldzaam wordt die aangetroffen in een land, waar een brandende dorst naar goud een ieder verteert ! — De weinige zorg voor het leeven dier rampzaligen is geheel op hebzucht gegrond. Doen de affchuwelijke voorbeelden, welken de verdedigers van dezen handel zeiven aanvoeren , de menschheid niet zidderen ? En fchoon 'er zulke gedrochten maar weinigen beftaan; het is genoeg : — zij zijn aanwezig , en bezitten machts genoeg , om zulke Godtergende gruwelen willekeurig te kunnen bedrijven. Dit denkbeeld alleen is overvloedig, om den geheelen Slaaven - handel te doen Hh 3 ver-

Sluiten