Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 477 )-

„ Daar hangt, daar praalt een kroon, welke eenmaal om uw fchedel,

„In 't koor der zaligheid , ó Edlen ! prijken zal, „ Daar wist de Godheid zelv' de traanen van uw wangen ; —

„Daar ziet Ge uw taak volftreên; —daar vliedt en ramp en leed; — „Daar woedt geen onfpoed meer: — de orkaan der tegenhcden

„Zinkt in den zagten flaap; daar 't dankend fchepzel juicht! „Dan Gij, Gij, die de deugd onzinnig dorst vertreden!

„Gij, die van 't teSr gevoel der mcnschliikhcidontaard, „ Die, doof voor 't bang gekerm van uw natuurgenoten,

„Met al hun kwelling fpot, die ftout hunn' rechten hoont ! „Gij, monflcrs der natuur! in welk een Hand geboren;

,,'t Zij ge in een roov'ren rot uw btoedren 't haridoorftoot; ,, 't Zij 't wuft en grilziek lot U op den purpren zetel

„Tenfmaad der menfchen orde en fchrik der volken hief; „Daar foms een martelgloed U meer , dan zegetekens,

„De roem eens Wasiiingtons , of Hendriks lauren zijn: „Wat! rilt ge bij een graf? — doet U de dooJklok becven? --

„Vervaart U 't killig lijk, dat vreedzaam , rustig flaapt? „Uw fterfbed!... welk toneel!... Ja, de Englen der verwoesting,

„ Zij kennen de angst allaen, die dan uw ziel verfcheurt, „Ja , — beevt!... hij rijst, — die dag — verwaten ftervelingen !

„ Wen eens een alziend God uw zwarte gruwlen wreekt 1" Das fpreekt, dus gilt die ftem , dus tuigt 't ontwaakt geweeten ,

Die rechter der natuur, aan ieder ingeplant, En, kon de Almogendheid een ijdle vrees gehengen?

Hij, die de waarheid zelve, en niets dan goedheid is , Neea, groot, asnbidlijk God! die taal van ieders harte,

Dit werkfluk van uw magt, toont ook uw menfchciuuin.

Ii 3 'tRoeM.

Sluiten