Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—( 485.0-

Ween niet, mijn griize Gaê! -- weent niet, nlijn dierb'rc telgen:

Uw Oude Vader vreest Vor.^t Nasfaus wreedheid niet. Vertrouwt Gods wijs beleid; vertrouwt de deugd der Belgen,

En ziet op 't rustig graf, als 't eindperk van 't verdriet ! Geen moordfehavot, befpat met't bloed van zo veel braaven,

Strekt Barneveld ten fchand, als hem een Dwingland flacht. 't Schavot is edeler, dan 't vuige merk dier flaaven,

Wier vleikunst weitfehen loon voor wanbedrijven wacht: Moest Hoorne en Egmond niet het eigen lot bezuuren?

Zijn duizend Helden niet door 't ftaatsbelang ontzield? Wat deed dit moiilter ramps aan Nederland verduuren?

Wat rampen teelt het nog, daar 't land van monlters krielt? Of dan een Alva of een Maurits ons doet fterven, *

Hun doel is even fnood, en 's Martlaars roem gelijk. Gelukkig hij, die 't licht, als man van eer, kan derven!

En moedig de oogen fluit voor 's Dwinglands blinkend (lijk ! God lof, uw Bakneveld, getrouwe en dierbre Gade!

Gevoelt zich grooter nu,dan hij zich immer vond. Dit hoofd verwacht ket zwaard: dit hoofd wacht geen genade;

Mijn ziel vliegt juichend op van 't fmartlijk waereldrond! 6, 'k Zie in 't fterfdal reeds de kroon der eeuwen praaien!

Mijn waggelende voet treedt vaster naar het graf; Ik hoor in't luierend oor der zaalgen lied herhaalen,

En 't Hallel mijns triumphs rok uit den hemel af:

ï»,

Sluiten