Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C \h

De verkwister , die de rijkdommen , hem door zijne werkzaauie en zuinige voorouderen nagelaten; met volle handen op de belagchlijkfte en onwaardig.' fle wijze overal rondttrooit, en zichzelven dus, ni weinige jaaren, in den beklaaglijkfren jammerpoel 'van

ellenden ert verfhmding nederftort

De wellüstige, die alles . . . alles - Vermogen j gezondheid, goeden naam , aanzien; wat zeïgé Ik ? de kalmte van zijn geweten zelfs , aan het bevredigen der laagfte, der verfoeilijkfte en beestachtigfte drift opoffert : die allerwegen fmart, jammer, naberouw, fchande, ja bloedlloningen zelfs, in de flille woöningen van eerti ds deugdzaame en tederminnende Echtelingen voert: die eenen ftervenden Vader, wiens laatfte dagen hij mee leed en traanerl omwolkte, in Zijne jongfte oogenblikken nog dwingt, om voor hem, als den verwaten fchender van zijn' eenigfte kind , terugtebeeven; terwijl hij den vloek, de blikfemfchichten der Godlijke wraake, welke gereed zijn, om op zijn fchuldig hooft nederteftorten , met afgrijzen en eene koude fidderinge reeds te gemoet ziet, en met een reifterend geweten uitroept: ó God* s, rechtvaardig zijn Uwe oordeelen !" —

De dwingland, die langs trappen , met het rockend bloed van tienduizenden zijner onderdaanen bazoedeld , ten troon fteeg; die de beste en eerwaardigfte Vaderen des Vaderlands hunne grijze hoofden op een moordfehavot voor het zwaard van eenen beul deed buigen, wijl hunne bekende , en boven alle omkoopinge verre verheven , braafheid hem in den wegftond ; en dit alle* , Ó gruwel / Kki «

Sluiten