Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-r 495 )-

ftaanlijke macht, aan deze omnevelde aarde onttogen, zich tat den krin^ der gezaligde Geelen geduurig te verheffen? Met welk een vuur, welken hemelfchen gloed, vervult deez' Godlijke zanger niet beftendig onze zielen? Is het mooglijk, dat eeu Jongeling, wien het onnavolgbaare in de gezangen van dezen edelen , dezen onfterflijken Dichter geduurig , met fmaak en naauwkeurigheid , aangetoond , en genoegzaam ontleed wordt; dat zulk een Jongeling niet van de grootfte, de verrukkendfte aandoeningen geheel doorgloeid , en tot de ftoutfte , de grootmoedigfte daaden van godsdienst en deugd zoude aangeblazen; wat zegge ik? geheelenal moest bezield worden ?

Ja, wie, wie is 'er, die niet het ftoute, hét edele, de grootmoedigheid en het onverzaagde, in de liederen van e'Mien Osfian, met een gevoelvol en ontroerd hart, gretig verzwelgt; die dezelven niet geduurig meer en meer leert bewonderen; die voor het vervoerend gevoel der liefde voor het Vaderland geheel koel blijft, wien het leeven, voor de vrijheid en het geluk zijner natuurgenooten , te kostelijk zij ; wien , te midden van het gedruis der wapenen , door eenen drom van zieltoogende en fteivende medebroederen omgeven , de rechten der menschheid echter niet zouden onfchendbaar blijven, en die , wanneer hij eenmaal het glanzend flagzwaard op zijde gegord had, niet fteeds de waare grootheid van ziel met den onverfchrokken moed des ftrijders zoude vereenigen? ja, wie is 'er. die, in de Schooien van een' Osfian, ten verdeediger van den voorvaderlijken grond, K k $ op-

Sluiten