Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 499 )—

weid en verwoestingen. Allerwegen, waarheenen wij ook de oogen wenden, zien wij het aardrijk met het laanwe, nog rookend,bloed zijner bewooneren bevlekt. Treurig puin; verlaten, eenzaame (breken; beroofde landlieden; onbebouwde akkers; volkelooze freden en landen, waar de veneerende hongersnood en pest dagelijks de ftervelingen, bij duizenden, naar het gapend graf heenenfleept: het verkwijnen des handels; onbevaren ftroomen ; llavernij, armoede; de onbegrijpelijkfte ellenden en domheid —■ zie daar flechts eane luchtige fchets dier tafereelen, welke de gefchiedenis dier barbaarfche woestheid ons alomme ten toon fpreidt. Hoe heerlijk daarentegen glanst het geluk dier volken, welken, door billijke en geftaafde wetten befruurd , hunne verheven waarde leerden gevoelen ; _ dier volken , op wier grond de Vrijheid haaren ftanriaard plantte; welken in het lommer van vrede en voorfpoed de zegeningen genieten, voor welken deze aarde, voor welken het veredeld menschdom, indedaad vatbaar zijn? Deugd en Godsdienst verfpreiden daar overal om zich henen heuren weldadigen invloed. De veiligheid en de eigendommen van eiken burger, het zij Vorst;of Stulpbewooners, zijn onfchendbaar , blijven fteeds geheiligd. De grootheid van het geheel , de wezenlijke belangen van het dierbaar Vaderland , dit alleen is het doelwit, waartoe alle poogingen, alle werkzaamheden van elk afzonderlijk lid zamenflemmen. De koophandel, deze rijke en onuitputbaare bron van macht en welvaren, veripreidt een verkwikkend leeren; iedereen geniet zijn aanzijn,

Sluiten