Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-c m

Dit onderwerp verder te vervolgen, zoude een onafzienlijk verfchiet aan onze befchouwing opleveren. Dit weinige zij dus genoegzaam.

Dan, waarom echter, in zo eenen tederen ouderdom , de jeugd reeds met voorwerpen van fmaak en gevoel voornamelijk bezig gehouden?

Juist daarom, mijn Heer! wijl een meer gevorderde leeftijd hen hier voor geheel onvatbaar maaken zou. De gewaarwordingen van het fchoone en verhevene rusten meer op gevoel, dan wel op eene drooge en afgetrokken redenkaveling. Dan , dat de jongeling in dit tijdperk , waarin ik hern gevorderd hebbe, veel meer gefchikt zij voor den indruk, dien de zinnelijke gewaarwordingen in zijne verbeeldingskracht voordbrengen; behoeve ik dit aan iemand, die flechts de geringde menfchenkennis bezit, nog wel te zeggen? Even zeer, als rijper jaaren voor eenen meer bedaarden en naauwkeurigen redeneertrant het meest gevormd zijn, en hierin gemeenlijk veel grooter en wezenlijker genoegen vinden; ook even zeer is de vrolijke en komtnerlooze jongelingfchap het gefchiktfte, het eenigfte tijdstip , hetwelk voor genietingen en vermaaken vatt dien aard volkomen, bij uitfluitinge, fchijnt gevormd te zijn, daar tevens, in een meer gevorderd tijdvak, de reden, wel is waar, zich allengs meer en meer ontwikkelt, maar ook dat vuur die gloed en fterkte van onze verbeeldingskracht daarentegen bekoelt, en haar vermogen verliestterwijl, aan de andere zijde , de indrukken, welken «ne zinnelijke voorftelling in ons verwekt> min

lee-

Sluiten