Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 5°2 )—

leevendig, ja oneindig zwakker worden, en dus veel moeilijker , om voordtebrengen ; terwijl het verÉ mogen van de voorftelling onzer uiterlijke gewaarwordingen , in de vroegfte jaaren, op de rechte wijze aangevuurd, eene fterkte verkrijgt, die in laater tijdperken de aangenaamfte, de ftreelendfte genieting over ons geheele volgende leeven vefpreidt. Onmoogiijk zelfs is het, onze aandoeningen, bij rijper jaaren, die indrukbaarheid en fi nheid medetedeelen, en in zulk eene volftrekte hebbelijkheid te veranderen, welke zij een weinig vroeger zeer ligtelijk zouden hebben kunnen erlangen.

En, van hoe veele genoegens berooven wij dus den Jongeling niet, door dit eenigst en gefchikt leevensperk, ongenoten,geheel vruchteloos, voor hem té laten voorb'iifnellenI Waarlijk, deze onachtzaamheid is onverfchoonbaar. Blijkt het zelfs, uit de bekende leevensgefchiedenisfen der meeste en beroemde vernuften in alle landen , niet dan al te duidelijk , dat juist dit tijdvak, der eerfte en vroegfte jeugd, hunne opkiemende vermogens zich reeds heeft doen ontwikkelen: ontwikkelen, zelfs dikmaals in weerwil van alle aangewende poogingen, om aan hunne zielsvermogens, aan hunne geheele wijze van beftaan en gewaarworden eene volftrekte tegenftrijdige richting te geven. Dat wij op dit onderwerp flechts den Heer van Alp hen hooren, waar hij zegt: „ Metast a sio , vijf jaaren oud zijnde, had zulk eene vaardigheid , om voor de vuist in voetmaat te fpreken, dat Gravina, die voor zijne opvoeding zorgde, hem dikwijls

voor

Sluiten