Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 5°4 5-

trefFelijke kunstrechter een weinig laater van Klopstock zegt, verdient ook met opmerking geleezen te worden.

Dan, wat moet men uit dit alles, opzettelijk hier door mij overgenomen, ten gevolge trekken? Niets anders, dan hetgeen ik reeds met een enkel woord aangevoerd heb, dat de eerfte, de vroegfte jongelings- jaaren het juiste tijdperk zijn, wanneer onze ziel het meest open , het vatbaarfte is voor die aandoeningen , welke voornaamlijk in het vak der fraaije kunften vallen, en het meeste toebrengen, om den fmaak te vestigen.

Dit, eindelijk, moet ik nog in weinige regels aanvoeren. — De leevendige, natuurlijk werkzaame jongeling moet volftrekt bezig gehouden worden. Ligchaams - oefeningen , zeker, zijn voor zijne gezondheid, en het verkrijgen van een fterk, gehard en vast geftel, volftrekt onöntbeerelijk. Doch zijn 'er niet dikwüls in zijne uuren van uitfpanning zodanige oogenbükken, wanneer het ruuwer jaargetii, ongunftig weder, of andere tusfchenkomende omftandigheden, het hem onmooglijk maaken, zich aan zodanige verlustigende bewegingen , welke meestal toch in de vrije lucht moeten srenoten worden overtegeven. Hoe gelukkig moet zich alsdan de jongeling niet fchatten, en hoeveele genoegens heeft hij niet boven zijne medemakkers vooruit, dat hij zich, in zulke ledige tusfchenvakken, met iets meer, iets wezenlijker, dan zijne geliefkoosde kindersfpelen , weet bezig te houden J dat hem deze oogenbükken, welken hij buiten dien in I de

Sluiten