Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

~C 507 >

lijk, met Ja te kunnen beantwoorden ; ten minften, wanneer het onderwijs op zodanig eenen voet ingericht wordt , als ik reeds in het voorbijgaan getoont hebbe, te verlangen. Dat de kennis , eene grondige en volledige kennis der beide , meermaal genoemde, taaien volftrekt onontbeerlijk zij voor eenen geleerden, dit — wat men hiertegen ook immer moge inbrengen — dit gelooven wij voorzeker: alchands, wanneer men zich niet gereedlijk vernederen wil , om immer tot allerhande vertaalingen ziine toevlucht te nemen, en dus beftendig, door hulp van anderen, veele zaaken gebrekkig, en Hechts ten halven, te befchouwen; terwijl men tevens, door de onkunde in deze taaien , beftendig van alle Academisch onderwijs zoude moeten verlteken blijven. Dan , om het lezen van beide deze taaien te veraangenaamea, ken ik zeker ook geen gefchikter en voordeeliger middel , dan , gelijk reeds gezegd is , hetzelve met een gepaste handleiding tot de kennisfe van het fchoone te doen gepaard gaan, waardoor dus een drievoudig doeleinde , met zeer weinige moeite, kan bereikt worden. Dat echter voor dengenen, die nimmer voornemens was, den (tand en het aanzien van eenen geleerden te verwerven , die flechts tot eigen vermaak zich op het uitbreiden zijner kundigheden en het verfraaien zijns verftands toelegt , het oorfpronglfk lezen en beoefenen der oude Schrijveren, volftrekt onontbeerlijk zij, durve ik geenzins beweeren: te meer, daar onze eeuw, zowel in als s'lands, zoo veele fchoone, uitmuntende werken van vernuft oplevert, waU L! 3 ken

Sluiten