Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 508 )-

ken met die der Ouden ruimfchoots naar den voorrang dingen, zo niet in veele opzichten dezelven volkomen overtreffen, hetgeen de reden is, waarom wij van eenen Klopstock en Ossian , hierboven, in zulke fterke bewoordingen gefproken hebben, naaraien wij ons ten fterkften overtuigd houden, dat in beide vakken, van welken deze onnavolgbaare Geniën zich zeiven met zo veel recht geheel meester gemaakt hebben, de oudheid niets , hetwelk met hunne gezangen flechts eenigzins in vergelijking komt, totnogtoe heeft kunnen opleveren.

Dengenen echter , die aan het beoefenen zijner eigen moedertaal zich eenigermaate wil laten gelegen liggen — voor dezen , zeggen wij, blijft, onzes oordeels, ten minften, eene genoegzaamebedrevenheid in beide taaien niet geheel ontbeerelijk. De reden hiervan is deze. Geene taal voorzeker is 'er, die op zulke vaste, zulke onwederfpreeklijke, en door het gebruik van gezond oordeel zo volledig geftaafde grondregelen rust , dan juist deze beiden. Ja, ik vcrtrouwe, niet te veel gezegd te hebben, wanneer ik beweere, dat veelen der tegenwoordige, verlichte en befchaafde volken dezelven, in het vormen en regelen hunner taaien , meestal ten voorbedde gefteld hebben. Het oplettend lezen van veelen der hedendaagfche taalkundige werken zoude hiervan een voldingend, een doorflaand bewijs opleveren: ja, wij durven volftrekt verzekeren , dat eene grondige bedrevenheid in deze oorfproaglijke taaien der Ouden ons eerst een recht, een volkomen denkbeeld kan geven van den geheelen omvang der taal-

kan-

Sluiten