Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III.

IETS

over de

VRIENDSCHAP.

(Brief aan Criton. _ Vervolgen Slot van Deel IV. bladz. 144.)

oude waereldwijzen hebben zich met het onderzoek der natuur en der vriendfchap zeer bezig géhouden , en zich voornaamlijk in twee gevoelens verdeeld, welken ook door de nieuwe wijsgeeren gevolgd zijn. Zommigen hebben de vriendfchap voor een gevolg der menschlijke zwakheid , voor een gebrek, voor eene gemeenfchaplijke behoefte des leevens en der verkeering; anderen daartegen voor eene dogter onzer natuurlijke, tedere en welwillende gewaarwordingen, zonder opzicht tot ons zelfbelang, verklaard. De mensch, dus fpreken de eerften, is, als individu befchouwd, ten uiterften arm , behoeftig , ruuw en onbekwaam , om zich zelf te helpen. De aatuur, 't is waar , heeft hem veelerleie krachten gege-

Sluiten