Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 5« )-

gerieflijkheden verblijd hebben , en deze „f««; h het , voornaamlijk ,, welke on,, buiten de oveWgè door mij aangevoerde gronden, tot dankbaarheid beweegt.

Wanneer wij niet in ftaat zijn, om aan onze vrienden, op onze beurt, daadelijke weldaaden te bewijzen, zo zal, 'C is waar, onze liefde jegens hen, bij ieder nieuw bewijs der hunne, vermeerderd en verfterkt worden 5 doch wij zullen echter alsdan niet zelden eene heimli;ke onrust daarover gewaar worden, dat wij hun in werkdaadige liefde niet kunnen evenaaren , en dit gevoel zal even zo dikwijls met eene inwendige befchaamdheid voor ons zeiven gepaard gaan. Wij zullen 'er dan op denken, hoe wij hunne daadelijke liefde met de onze, die niet zeer werkdaadig zijn kan , in een zeker evenwicht brengen, ten einde wij , ten langen Iaa:fte , niet onder den zoeten last der dankbaarheid bijkans bezwijken. Wij zullen dan iedere gelegenheid opzoeken, om ten minften onzen goeden wil aan den dag te leggen $ Wij zullen hunne Voortreflijke eigenfehappen openlijk en met verrukking verheffen, hunne feilen helpen bedekken, en her leevendigst aandeel aan hunne wederwaardigheden en kommernisfen openlijk betoonen.

Ik kan zeer wel begrijpen, hoe bij, eene zekere onmooglijkheid, om onzen vrienden hunne weldaden te kunnen vergelden , bijzonder bij zeer eerzuchtige lieden, van tijd tot,tijd, eene koelhartigheid tegen hunne weldoeners, zelfs kan plaats grijpen, of hoe zommige lieden zelfs veele weldaaden dikwerf van zich afbidden,, om niet te veele verr Mins jjlicB-

Sluiten