Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 525 ) —

uitftek gevallen, de' zaak is. Ons ontmoeten dikmaals, op de reize van dit aardfche leeven, menfchen, die in hun gezicht eene magnctifche kracht hebben, en ons terftond naar zich heentrekken, zonder dat wij het duidelijk verklaaren kunnen, waarin deze toverkracht beftaat: want fchoonheid kunnen wij haar niet noemen; maar zij moet liggen in eene verfijnde uit\ drukking der volkomenfte redelijkheid , en eener naïve wijze van handelen en fpreken; ik heb echter ook veele zulke lievenswaardigen , als fchurken, leeren kennen, dien men, op het eerfte gezicht, al het geld en goed, dat men in de waereld heeft, zou hebben toevertrouwd. —

Even gelijk in 't algemeen fterker gewaarwordingen ook fterker indrukken verwekken; zo is het ook z-eer natuurlijk, dat een edel vrouwelijk wezen, al is het juist niet fchoon, onze geheele opmerkzaamheid naar zich trekt, en met eene onbegrijpelijke fnelheid op ons hart werkt. Over bet algemeen, openen zich onze harten voor het andere gedacht ligter, dan voor ons eigen, en wel voornaamlijk uit hoofde van een phijfiognomisch gezicht. Of deze grooter maate van gevoel voor het andere geflacht van de verfchillendheid des geflachts haaren oorfprong heeft, dan, of dezelve van eene grooter pjmpathie afhangt, kan ik hier niet onderzoeken. Wij voelen ons terftond als geketend, wanneer wij eene edele vrouwelijke gedaante befchouwen , offchoon wij haar voor het overige ook geheel niet kennen; wij hebben een vuurig verlangen naar haaren omgang ; ieder nieuwe blik , dien wij op haar werpen , wekt Mm 4 eene

Sluiten