Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 557 )—

met dat alles , de doorbraaken en lekkagien nog te menigvuldig en gevaarlijk , dan dat ik mijn geliefd Kind, willens en wetens , tot een flachtoffer van het al te machtig eed-genoodfchap der ondeugenden maaken zoude. Wat dunkt 'er mijn Vriend George van ?

George. Uwe redeneering komt mij wat zwaarmoedig voor. De overtuiging , dat wij aan onzen plicht zoeken getrouw te zijn , de goedkeuring van God en ons geweten , welke wij daarover verwachten, moeten in alle leevens ffanden, ondanks alle hindernisfen en verdrietigheden, ons voornaam doeiwit en onze aangenaamfte vergelding zijn: En met zulke denkbeelden kan een Predikant, al vinden zijne voorftellen niet veel ingang, even gelukkig zijn, als elk auder ambtenaar of ambtloos burger.

Maar 'er is iets anders, 't welk mij, en misfchien ook andere fatzoenlijke lieden , niet zeer begeerig maakt, om onze Kinders tot het openbaar Leeraarambt optevoeden. En dat is de fteeds toeneemende verlichting der waereld, De geefteüjkheid wierd, in vroeger dagen , voor eene verhevener zoort van menfchen , dan andere ftervelingen , aangezien. Men fchreef haar ligtelijk een buitengemeen gezach in alleie zaaken , en eene , fchier Hemelfche, gemeenzaamheid met den Almachtigen toe. Ouders, die hunne Kinders in die orde konden ingelijfd krijgen , twijfelden aan hun tijdelijk en eeuwig geluk geen oogenblik meer. Aan eenPriefterliik gezach vermaagfehapt te zijn , was, in veele gevallen, de beste aanbeveling, en de naaste weg tot eene duurzaame nagedachtenis. Eu wat O o 4 kon

Sluiten