Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 577 )-

geloofde zij, in eene tweede flauwte te zullen vallen, Zij verzamelde dus alle ftandvasrigheid , welke zij bezat; en naardien tevens een vloed van traanen haaren beklemden boezem lucht verfchafte , was zij ten laatften , nadat de bedienden zich verwijderd hadden, weder in ftaat,om te fpreken.

„ Ik ben indedaad beklagenswaardig, Mevrouw!" zeide zij , en aan dergelijke bezwijming^ zeer onderhevig; doch zal mij wel wachten, nimmer wederom eene oorzaak van zooveel opfcüudding in uw huis te kunnen zijn. Gij zijt eene allerbeminneilkfie Vrouw, en verdient zeker den besten Echtgenoot , met hec volde recht. Ik ben insgelijks ge-, huuwd , doch de genegentieid van mijnen Man is voor mij verloren. Hij is aan den Heer Roberts niet geheel onbekend, hoewel ik, tot mi n ongeluk, voor mij deze eer niet hebbe. De reden mijner komfte is, hem om raad en bijftand te fineeken, en, daar ik hem niet te huis aantrof, vroeg ik naar zijn* Gade , welke ik het genoegen wenschte te hebben „ van eens te mogen zien en fpreken."

„ Mij, Mevrouw j" andwoordde de gewaande Echtgenoot van Roberts, met eenige drift,,, hebt Gij iets van mij gehoord?" — „ Men heeft mij üjuist zoo befchreven , als ik Uthands werkelijk vinde, Mevrouw!" zeide de vreemde Dame , en men heeft mij nog daarenboven verhaald , dat Gij den Heer Wilson een welgefchapen Zoon gefchonken , en hierdoor zijn geluk ten hoogden top gevoerd hebt. — Zoude het mij geoorloofd zijn, dezen lieveling eens te z:ea? Uit liefde voor zijnen Vader, zal ik hem ook I

min-

Sluiten