Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 581 )-

son, „doch veroorloof mij ook eene vraag. Weer zij, dat gij mijn Vrouw zijt?» _ „ Neen: dit verzekere ik U op miin eer," andwoordde Mevrouw Wilson; „ zij heeft een veel te beminnelijk voorkomen, en haar gedrag omtrend mij was zoo innemend , dat ik niet ongevoelig genoeg was, om haar zulk een verdriet te veroorzaaken. Indien zij hot gegist heeft, zoo is mijne droefheid, welke ik niet geheel verbergen konde , hiervan alleen de oorzaak."—,, Gij hebt op eene edelmoedige wijze ge handeld," zeidede Heer W i l s o n , „en hierdoor ten laatften ook mijne oogen geopend. Ik leere thands uwe waarde kennen, en ij ten vollen bewonderen. Nu zult gij alles weten , indien gij mij hooren wilt.

Wilson deed hierop verflag van zijne eerfte toevallige ontmoeting dezer Dame , en van derzelver verdere gevolgen , en eindigde, met haar te verzekeren, dat hij ze vaarwel zoude zeggen, en mee duizend betuigingen zijner toekomitige getrouwheid indien zijne Gade grootmoedig genoeg ziin wilde' van, niettegenftaande het gebeurde, hem wederom als haaren man aantenemen. „Dit moet zij doen," riep Mevrouw Roberts, welke juist in de zaal trad; „ zij moet hierin bewilligen: gij zijt haar Echtgenoot, en hebt een zeker recht, om dit te kunnen eifchen. Wat mij belangt, Mevrouw! „ dus. voer zij voord , „ hij zal mij nooit weder zien. Zonder mijn weten, hebbe ik U beleedigd, doch ik zal U hiervoor eene volkomen genoegdoening geven.

Sluiten