Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hiêt de ademhaaling, als welke (uit oorzaken, die wi} hier niet onderzoeken kunnen), in dit opzicht eene uitzondering maakt , daar dezelve, ten minden gedeeltelijk , insgelijks van onze willekeur afhangt.

Zeer dikwils is de flaap onvolkomen. De verbeeldingkracht Helt der ziel denkbeelden voor, juist zoo , als zij dezelven, kort of lang te voren, door de uitwendige zintuigen ontving , of wel op eene veranderde wijze, zodat uit veele bekende denkbeelden eenige nieuwen geboren worden. Dezen ftaat der ziel noemt men een droom. Zij wordt door haare verbeeldingkraclit bedrogen , zodat zij voorwerpen meent te zien en te gevoelen — die niet beftaan.

De droomen ontdaan dikwils uit ligchaamlijke oorzaken, die, op het zenuwgeftel werkende, de ziel aandoen, en haare rust voldrekt beletten. Dus droomt men, indien het ligchaam niet goed ligt; wanneer men door iets gedrukt wordt; wanneer 'er zieke ftof in het ligchaam, of verftoppingen in de ingewanden zijn; wanneer men te veel bloed heeft, of zich met een' volle maag te bed begeeft. Dikwils echter is de grond van eenen droom in de ziel zelve gelegen. Men dróómt, wanneer dezelve, eer men in flaap. geraakte, onrustig, of wanneer zij met eenige vrolijke of treurige denkbeelden vervuld was. Wordt de zie! door duidlijke en leevendige verbeeldingen aangedaan , zo wordt dikwils hieruit eene terugwerking der ziel op de fpieren, die aan haar beduur onderworpen zijn, veroorzaakt,' waardoor alsdan, in den flaap, (die echter cnvotko-

men

Sluiten