Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 44 )—

Her los of vast flapen hangt, over het geheel» van de gezonde gefleldheid des ganfchen Iigchaams, en voornaamlijk van het zenuwgeftel af. Menfchen van een gezond zenuwgeftel en ligchaam flapen vaster, en worden in den eerften flaap niet ligt wakker. Bovenal flapen jonge Kinderen zeer vast. Toen ik nog een Kind was , kon men mij fchudden uit- en ^«-kleeden of wegdragen, zonder dat ik wakker wierd. Hij , die eene ziekteftof in het ligchaam, of een zeer aandoenlijk zenuwgeftel heeft, of met zwaarmoedige of angstige gedachten gaat rusten , flaapt ongelijk veel losfer , daar alle deze dingen de volkomenheid van den flaap beletten. Van daar, dat oude luiden , over het geheel genomen , niet zoo vast flapen, als Kinderen , daar zij niet zoo zorgeloos gaan flapen , en minder bevrijd zijn van Iigte onpaslijkheden. Menfchen van een zeer gevoelig zenuwgeftel flapen dikwils zoo los, dat de minfte werking op hunne zenuwen hen wakker maakt; gelijk zulks ook bij zwakke Kinderen plaats heeft. (Zie de \$de waarneming.)

De flaap heeft niet alleen hetzelfde uitwerkfel op ons ligchaamlijk geftel , als het opwinden der veer van een uurwerk ; maar is ook even noodzaaklijk. Ons leeven en onze gezondheid kan even min zonder flaap, als zonder voedze!, beftaan, daar dezelve ren uiterften gefchikt is , om de werkzaamheid van het. zenuwgeftel , voor ligchaam en ziel zoo onontbeerlijk, en door aanhoudend waaken verzwakt, weder te verfterken De alwijze God liet het hierom niet aan onze verkiezing over, om al of niet ts

'fta*

Sluiten