Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( «5 )-

heeft; die Ü bemin , en ook van U eene bekendnis van wederliefde ontvangen heb.

Caroline. (Op een bitteren t»on.~) En die zijn woord waarfchijnlijk gaarn wilde intrekken , en in het kort welligt geheel zal terugnemen.

Willem.

Caroline ... Caroline! deze verdenking ! . . . .

Caroline. Wie toch, dan Gij zelf, heeft hier van de fchuld? •En ora welke .reden anders vloeien deze traanen? Neen, Willem! ik zie het maar al te duidelijk, Gij bemint mij niet meer.

Willem. (Met vuur,) Ik U niet beminnen?

Caroline. Waarom, indien Gij dit deedt, verhindert Gij zelf onze verééniging? Wat toch verlangt Gij , Mannen, anders vuuriger, dan ons bezit? En wat haat Gij meer, dan hetzelve te zien vertraagen ; doch Gij ...

Willem. '\Verlegen.j) En ik . . . nu, en ik . . .

Caroline. Neen, mijn Heer! uw zwijgen wordt onbefebaamdhëid. Niets meer hiervan. Mijn Vader zelf heeft mij gezegd, dat .Gij hem om uitftel van de voltrek' king onzes huuwüjks verzogt hebt,

F s Wil-

Sluiten