Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 92 )—

des bloeds dnrt ïwaa, op mijn g^ren," e„ dondert den v.ock des moordjaar, mij gedtmrig.toe. C/iaoLiN%

1 °m , mi.n Heer! laat mij gaan,

indien dit waarheid is!

Willem.

Ik ben dus niet waardig, ,a; get voor l!weoogen te Ziin. _D.t was U«tt flUgfctf-j niet W3ai? ^ ech[er •* Ualieen, dierbaare C»uunE| hebbe.k, voornaaniJijk, deze misdaad begaan.

C a r o l i n e.

Om mij! reder oogen'Wik overtuigt Gij mij nog meer, dat het gevaarlijk zij, langer met U alleen te wezen.

Willem.

Ik verfla ü; en echter, liefst, best Meisje! was « Heiligt, nimmer beter bij miine zinnen, dan op du oogenbiik; en ik k,n mij zelfs riet genoeg verwonderen, dat Gij mij niet begrijpt, zoo duidelijk, dunkt bet mij, ... rp!tkeili. ,aat ik U me

Weinige woorden a„es zeggen , en veroordeel mij dan, mdien ik <anU, a'sdan nog, uit hetzelfde oogpunt befchouwd worde ,; waaruit Gij mij thands z.et. Reeds eer ,k U, voortreflijkrte van uw genacht' zoo van ncbij kende, had ik een Meis e, uw even! beeld in fchoonheid, U gelijk in d d ^ * ™ k eminde haar, lokte ze uit de eenzaamheid d s' landieevens;dong naar herbezit van baar hart; het -el m.j ten deel, en ik zwoer haar eene eeuw'ge trouw

verliet deze ongelukkige.

Ca-

Sluiten