Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 99 )-.

paar wordt hij, door een' diepgegriefde ,

Ontroostbre fchaar naar 't graf geleid! pe Huwlijks —■ Kinder — Broeder - liefde ——

De Vriendfehap — alles — alles fchreit.

<>

Ja, al wat Mensch is, hoor ik fclireijcn: „ Zoo deerlijk, — in den bloei der jeugd ! ——

„ 6 Vloed'. verftnoord — wat bang verfcheijen!

„ Gods Vriend! —• voor de aard te rijk in deusd!"

Welk een gemis'. wat billijk klaagen!

Wat rijke bron van bang verdriet! En, hoe dit aan ons hart moog knaagen ,

De norfche Wijsgeer voelt het niet.

<>

Hoe? zou dit niets op hem vermogen? —•

Hij van 's Mans waarde onkundig zijn! ê Neen; maar 't doel van si zijn poogen

Is, dat hij zulk een Monfter fchijn',

Mag hij met regt een deugdvriend heten,

Die 't hart voor waare droefheid fluit? Neen — 't is een boos, verhard geweten,

Waarop 't gevoel van rampen ftuit.

*$>

0 Lauha, laten we ons verblijden,

Dat onze Ziel gevoelig is , En, moeten wij met andren lijden,

't Gevoel fchenkt troost, bij droefenis,

G s Hoe

Sluiten