Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C »°7 )-

aandoenlijke Vriendin de Christlijke zedenleer niet kennen zoude. Gewis , haare zagte ziel eerbiedigt die ; doch zij fmelt in haar eigen gevoel geheel weg , zonder dit op eene redenlijke wijze te doen werken. Gij verbiedt haar , in zekeren zin , het lezen van alle gefchriften, die haar teergevoelig hart kunnen roeren , en berooftze dus van de zuiverde genoegens , welke eene edele ziel fmaaken kan; terwijl Gij ze tevens de gelegenheid ontneemt, om dit hart te verbeteren , en haare kundigheden uittebreiden. Liever zoude ik onze Vriendin raaden , bij elke aandoening aan het doel des fchrijvers te denken. Zeker was dit, de grootheid der lijdende deugd, of de vernedering der ondeugd te fchetzeu. Zodra zij dit gevoelt , zal eene dille goedkeuring de plaats der fombere droefgeestigheid vervangen , en het hart, hetwelk zijne pligten kent, eene nieuwe drijfveer ontdekken, om dezen te betrachten.

Deed elk wezenlijk voorwerp , dat medelijden vereischt , ons met die kracht aan ; hoe onvatbaar zouden wij zijn voor eenig genoegen ? Hoe veelen zien wij niet ongelukkig drijden of eindelijk voor hun leed geheelenal bezwijken? Hun lot vergt traanen: doch de verfcheidenheid van voorwerpen wekt op nieuw de aandacht, en wischtjhet beeld des rampzaligen uit onze ziel volkomen weg. En dit, verbeelde ik mij, is de oorzaak , waarom eene verfierde gebeurtenis onze aandoeningen meestal veel leevendiger doet werken. Zij trekt ons voor die oogenblikken van alles, wat ons omringt, ten vollen af. Geene bijkomende omdandigheden houden H 4 ons.

Sluiten