Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 108 3-

ons bezig; de verbeelding is vrij ; de driften ontwaaken, ontwijken zelfs dikwerf het fpoor der reden , en , zie daar het beste oogmerk van den zedenschrijver jammerlijk misbruikt! Elk verftandig fchrijver toch tracht niet alleen het gevoel te roeren maar wel, om hierdoor den aandoenlijken mensch naar het voorfchrift van reden en Godsdienst te doen werken. Ook hierin volgt bij het fpoor des Godlijken ••.'enfcaenvriends>

Met welk eene verhevene eenvoudigheid toonde de liefderde Jezus den veiligen weg ter gelukzaligheid aan alle zijne volgelingen ! Welk eene ver hevene menfchenkennis ifraalt in zijne geheele zedenleer door ! Hij zuivert den Godsdienst van bijgeloof en verveelende plegtigheden. Liefde is het oogmerk van eiken plicht, diende natuur, door zijnen mond, voorfchrijft. DuidlLk toont hij de betrekkingen , waarin wij tot God, tot onze natuurgenooten , en tot ons zeiven (laan. Leevendig doet hij dit gevoelen, door de treffendfre fchilderijen, die het dagelijksch leeven ten toon fpreidt. Kan eene gevoelige ziel de beeldnis van den verdwaald En , maar wederkeerenden Zoon aanfchouwen , zonder de ftemme der natuur te hooren? In eiken trek gevoele ik, wat de Godlijke Zedenmeefier bedoelde. Hoe treft het berouw van den bloozenden Jongling | Hoe roerend is de tedere omhelzing van den toegevenden Vader ! De menschheid gevoelt zichzelve, en de reden haakt, om haare verpligting te voldoen. Wie toch (lort niet een flillen traan van rein vergenoegen bij den zieltoogenden; den, door elk eenen

var-

Sluiten