Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 124 )-

Welk een eindlooze rei van oorzaaken en werkingen z,jn 'er niet in het bertaan , in de werkzaamheid van één eémg mensch opgefloten!

Een klein fueeuwvlokje hecht zich aan het naastvallende, met dit aan een derde, en vierde ,„*

verdubbeId, yM h£t gebergte ^ ^ n

ndl.jk nog ganfche huisgezinnen , die vreedzaam hunne „edenge Hulpen i„ het laage dal bewoou.

Zeg mijne lieve Amelu , is het met onze daaden wei anders? Eenekleene, onbeduidende, omftandighetd, welke wij veroorzaakten, vereenigt zich met eene andere, bijna even onmerkbaar; nog met duizend anderen , op zich zeIve eve„ onbeduidende ^ gepaard , groeit haare kleente tot eene onoverzienbaare grootte, en, misfchlen eerst na zefir e ren, verwoest, of zegent zij ganfche genachten

Ik zidder, waarde Kind, daar ik fchrijve verwoeften of zegenen ! Ongetwi ffeld ziet uw onbedorven oog den onbezeflijken afftand, die zich tusfchen be.de deze gevolgen bevindt. - En nogchands is er tot een van beiden Hechts eene kkene omftandig. heid nodig.

_ Befchouw de geboorte van uwen lieveling eens m dit licht, en met huivering zult gij het oog op uwen zuigling (laan , die daar zoo fchuldioos iq uwen arm rugt.

Schuldloos ontvingt gij hem van de hand des Algoeden,e„ zijae geheele kleene werkzaamheid is, op zijn meest, wat lagchen, mtfehreien, en, hoe niets

be-

Sluiten