Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-(i43 y-

U niet wezen tot vermindering : vertelt noch bij vriend, noch bij vijand het leeven van anderen ; en indien het U geene zonde is, zoo openbaart het niet ; want hij heeft U gehoord, en U waargenomen, en ter^ gelegener tijd zal hij U haatcn.

En fchoon iemand verfcheiden jaaren , bij zulk een haatlijk gedrag, gerust doorbrenge, zonder zich daarover te bekommeren , dat hij zooveel goeds verhinderd , zooveele menfchen ongelukkig gemaakt heeft ; zoo zal 'er toch , vroeg of laat , een tijd komen, wanneer hij dit alles in een gansch ander licht befchouwen , en zichzelven daarover de pijnli kfte verwijtingen zal doen , wanneer hij zal wenfchen, beter, edeler, redenlijker gedacht en gehandeld te hebben ; maar intusfcheu met de leevendigfle fmert zal moeten erkennen , dat het niet meer in zijn vermogen is , het aangerichte kwaad te vergoeden.

Maar is de aangeprezen deugd van zulk een gewigt , van zulk eene waarde , ó! dan zij het onze ernftige wensch en ijverige bezigheid dezelve ons eigen te maaken , zo wij haar nog niet bezitten. — En , om daartoe eenige hulpmiddelen aan de hand te geven, moeten wij, vooreerst, trachten, om, zooveel onze inwendige vatbaarheden en onze uiterlijke omstandigheden zulks gehengen , behoorlijk te leeren onderfcheiden, ons te gewennen met overleg te handelen , en ons eene genoegzame tegenwoordigheid van geest eigen te maaken. Uit mangel aan aan deze eigenfchappen , wordt zeer dikwijls tegen de aangevoerde deugd gezondigd. En veroorloven

on-

Sluiten