Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

K 145 )■*

Nog meer: laten wij dezen regel diep in ons tiart drukken: V geen wij niet willen , dat aan ons gefchiedt , zulks moeten wij ons ook niet omtrend anderen veroorloven. Gelijk het ons onaangenaam , dikwijls zeer fmertelrk is, wanneer anderen onze , hun toevertrouwde, geheimen , of zulke, door hen onf dekte, zaaken, waarbij wij ontwi;feibaar belang hebben, dat zij verzwegen worden, ontdekken en verbreiden ; zoo is het anderen even onaangenaam , even fmertlijk , wanneer wij ons even trouweloos, even liefdeloos omtrend hen gedragen. Wij moeten derhalve ftilzwijgendheid in acht nemen, nooit, zonder de dringendfte redenen , de ons, in vertrouwen medegedeelde , zaaken openbaaren: het geluk onzer medemenfchen moet ons immer dierbaar , eerlijkheid en trouw fteeds heilig wezen !

Eindelijk, is de aangeprezen deugd van zulk een gewigt , van zulk eene waarde ? ó! Laat ons dan, als Ouders en Opzieners, poogen , dezelve aan onze Kinderen en toevertrouwden alleszins liefdewaardig te maaken. Beginnen zij zich daarop toeteleggen , om ons alles te verhaalen, wat zij hier gezien, daar gehoord hebben , laten wij ons dan zorgvuldiglijk wachten , van te toonen, dat wij gaarn dergelijke verhaalen van hen hooren ; en laten wij hen derhalve, nog veel minder zeiven aanmoedigen, om ons alles'naauwkeurig te berichten, wat zij, bij dezen of genen, vernomen hebben! Want daardoor juist, verwekt en verfterkt men bij de Kinderen even die praat- en verhaal-zucht , welke anderen en hun zeiven het grootfte nadeel onvermijdlijk zal veroorzaken.

Sluiten