Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 157 )-

winning (♦) beloofde, heeft, heiaas! dikwerf het tegendeel te weeg gebragt. Zij is de bron der wreed' ite kwelling geworden , en heeft den fchrik des doods verdubbeld. Veelen , die voor den dood niet vreezen , beeven nog op de gedachten , van lee-

ven-

(*) De volgende aandoenlijke gefcbjedenls is hiervan een bewijs. Zeker jongling te Parys werd verliefd op de dochter van «enen rijken burger, welke van haare zijde hem even fterk beminde ; dan, haar Vader dwong haar, om een ander ce trouwen. Kort daarna werdt zij door hartzeer ziek, en ftierf. Volgends de gewoonte van Parys, werd zij, vierentwintig uuren na haar overlijden, begraven. Haar eerfte minnaar, die de begeerte, om haar nog éénmaal te zien, niet wederftaan kan , haalt den doodgraver over, om het graf te openen. Dit gefchiedt nog dienzelfden nacht. De jongling dreigt den doodgraver oogenbliklijk den dood, zo hij zich tegen hem verzet, of de zaak ruchtbaar maakt; neemt het lijk uit de kist, en brengt het in een nabuurig huis. Hier legt hij zijne afgeftorven Vriendin voor een heet vuur, wnjfthaar met warme doeken, en poogt, onder duizend omhelzingen en kusfehen, haar den adem weder inteblaafen. Na eenige uuren werd zijne moeite rijklijk beloond; zij begon zagtjes te zugten , ea keerde weder terug in het leeven. Terftond vertrok dit, door den dood vereenigd, paar naar Engeland, en waagde het, eerst na eenige jaaren , terugtckomen. Men wilde haar eerst niet voor de afgeftorvene erkennen; doch zulks werd fchielijk bewezen, en haar tegenwoordige man eischte nu ook, dat inen haare bezittingen aan hem zoude teruggeven. Hieruit ontftond het zonderlingst pleitgeding. De eerfte man beweerde, dat zij hem nog toebehoorde ; de tweede hield (taande, dat zij voor haaren eerften man nog dood was , doch voor hem, cn door zijn hulp, weder leevend was geworden. Het Parlement, echter, fcheen de zaak ten voordeele van den eerften man te zullen uitwijzen; waarom zij zonder de uitfpraak aftewachten , naar Engeland terugkeerden. De aéte van dit merkwaardig pleitgeding is nog in da registers van het Parlement te vinden.

L 5

Sluiten