Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 169 )-

ïuchte wijsgeeren; wij belagchen hunne dwaasheden , en zullen ons voorzeker wel wachten, van immer ons zeiven met zulke beuzelingen te ontrusten. Het kan U', mijne Vrienden ! dus immers noch vreemd voorkomen , noch ook geheel onaangenaam zijn, dat ik mij thands eene ftoffe ter behandeling heb uitgekozen, welke, fchoon niet geheel nieuw, ten minden ons verlangen naar vermaak en tijdkorting ook eenigzins kan leeren bevredigen, en tevens aan uwe overige , bekende verdienden ook wederom geenen geringen luider bijzetten. De kwaads prEKENDHEiB,naamlijk,ishet,welkeik, als eene onuitpüriijke bron van geneuchten, van roem en voordeel, U in dit uur wenschte aanteprijzen, en welke ik te meer nog tot het onderwerp mijner lofrede verkozen hebbe , naardien ik hoope, dat deze der bevallige Sexe, welke ons met haare tegenwoordigheid gelieft te vereeren, en dezen kring te verderen, eensdeels niet geheel onaangenaam, andersdeels waarfchijnlijk niet gansch en al vreemd zal zijn. Ik vleië mij derhalven, dat ook Gij, mijne Heeren! mij, om deze reden , uwe gewoone opmerking en aandacht, ook dit oogenblik, niet ontzeggen zult, terwijl ik, van mijne zijde, niets onbeproefd zal laten, ten einde U van de fchoonheid , het groote en verhevene des onderwerps, thands voor mijne redevoering ultgezogt, ten volden te overtuigen.

In de behandeling van dit zoo heerlijk, zoo treffend en belangwekkend onderwerp , zullen wij de volgende orde in het oog houden. — Niet alleen M 3 zul-

Sluiten