Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 181 )-

En Gij groote, onfterflijke en beminnenswaardigs Dichter der Volken! 6 Aristophanes! ook Gij, en uwe onfchatbare Gedenkfchriften, ook deze bevestigen en ondeifteunen mijne welgepaste lofrede. Een Socrates — een dweeper en flecluhoofd, wiens dood de dwaazen en heffe des Voiks alleen met verkwiste traanen beweenen , drinke vrij , met eene praaiende , doch ijdele bezadigdheid , den gifbeker , dien Hwe hand hem reeds lang zoo konftig , zoo meefterlijk heeft weten te bereiden. Hij drinke dien, en revele vrij, met zijne, nog onzinniger, leerlingen, eenen Xenopiion, en harfenfchimmigen Plato, of andere verblinde jonglingeh, over eene ijdele en romanesque onfterflijk' heid , en het niets beduidend toekomflige. Welk eene verbeelding ; welke eene fpoorloze verbeeldingskracht! Hij fterft echter, en Gij zegenpraalt op het gezond verftand uwer landgenooten , ja hebt den vernuftigen beminnaar der kwaadfprekendheid de uitmuntendfte les in deze voortreflijkfte der kunften nagelaten. En ach ! dat het tooneel, deze aangenaamfte en voottreflijkfte van alle vrolijke tijdverdrijven, toch meermaaleu, toch telkens, tot zulk een nuttig en genoeglijk einde mogt worden aangewend!

Dan Gij, eindelijk, fchitterend en onnavolgbaar vernuft onder alle uwe befchaafde en galante tijdgenooten. Apostel der ongeloovigheid! roemruchtige, eh nooit genoeg geroemde, Voltaire! Gij, die alle de verdienften van Dichter, Wijsgeer , Gefchiedfchrijver en Hoveling in U vereenigdt, en alle deze uitmuntende hoedanigheden en natuurgaven , met

V.D.II. S. N dien

Sluiten