Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■worden: deze menfchen zijn vaak niets minder, dari wijsgeeren, en menfchenvrienden. Ten minden, zij 2ijn het niet in dien trap , waarin zij het behoorden te wezen , dien men dezen post vertrouwt. Ik vrees, dat veelen hunner meer van de, zoogenoemde, ftelüge Godgeleerdheid'weten , dan van het menschlijke hatt. Doch ik behoef hier niet bepaaldlijk bij de Krankbezoekers ftil te daan: fchoon ik van hartó wenschte, dat in de aandelling dezer luiden meer gezien wierd naar hunne menfchenkennis en menfchenliefde , en dat men niet dan waardige mannen tot dit werk verkoos. De omdanders kunnen, in 'c algemeen, den doodsangst van een' dervenden merklijk vermeerderen, of verminderen, zoo door hunne gebaarden, als gefprekken en daaden. Dit behoef ik niet uittebreiden. Veele dervenden toonen dikwerf hun ongenoegen , wegens de aandoeningen, de houdingen, de woorden der omdanderen, die zomtijds nogthands wreed genoeg zijn, om voordtegaan , en den angst der dervenden blijkbaar te vermeerderen. Onbermhartigen! haa«t wordt het uwe beurt! — Wijders , niet altijd is de oorzaak van den zielangst des dervenden bü de omdanders te zoeken. Ik heb meer dan eens gezien, dat de omdanders zich 'eer bedaard en verdandiglijk gedroegen, weinïft frtraken, en den lijder zeer menschiievend behandelden; en dat echter deze ten hoogden onrustig fcheen te ti)n ; fchoon hij zelf, in gezonde dagen, een verdandig en godsdiendi? men«ch w^re. Wanneer de krankheid in haare hevigde woede is, valt dit ligrelijk te begrijpen. Doch ditzelfde ziet men tevens ook zomO 2 tijd*

Sluiten