Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 200 )—i

wanneer de gefprekken der omftanderen niet zeer verftandig, noch menschiievend zijn ? Alles toch hangt hier af van de reeks der denkbeelden, weiken den ftervenden mensch voor den geest zweeven. _ Eindelijk kunnen pogen bliklijke indrukken hiertoe ook veel bijdragen, en den biaaven man, als den booswicht, beangftigen. Een mijner gcëerdfte vrienden, een man van een voorbeeldig gedrag voor anderen, lag op zijn fterfbed , en werd eeusflags met een geweldigen angst overgoten. Ik onderzogt de reden dezer onverwachte verandering. En waarin ineent gij dat dezelve bedond ? Reeds verzwakt zijnde in de herfenen , zag de kranke van zijn ledikant op het vuur, welk lag te branden. Met dit denkbeeld van vuur, geraakte hij in eene ligte flutmering van eenige weinige oogenblikken : en we< deröm eenigzins ontwaakende, was hij het fpoor bijfter, droomde enkel van vuur, en vervolgends van hel, welke denkbeelden het volksbegrip zamenhegr. 'Er was geene mooglijkheid, om den man tot bedaaren te brengen, of die denkbeelden wegteredeneeren. Hij gevoelde, zeide hij, de ondraaglijke hitte van vuur. Dit duurde zoo lang, totdat een der omftanderen op het denkbeeld viel, dat hem welligt het zien in het vuur , Wélk in het vertrek brandde , in die verwarriug gebragt had , en het vuur daadlijk deed wegnemen. Deze geluKliige inval bad een gewenscht gevolg. De man werd rustig en kalm. Vervolgends fnoot ik, een kwartier laater, de kaars, waardoor eene zagte helderheid door de kamer verfpreid werd, De man, nu geheel bedaard ,

ech,-

Sluiten