Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III,

BRIEF van CLARA VROLIJK,

aan de SCHRIJVERS,

over de

KEUZE tusschen twee MINNAARS,

met het Andwoord.

Mijne Heeren I

Onlangs bij mijne Nicht Sara komende, vond ik haar fchrijvende; de gewoone complimenten ten einde en wij tot zitten geraakt zijnde, was mijn eerfte woord: „ zoo bezig, Nicht, en dat aan 't lchrijven? Wel, Kind, is 'er een Minnaar op 't fpoor, die hier zijn woonplaats niet heeft, en zoo een drokte verwekt?" — „ Geheel niet," was het andwoord, ,, ik zal uwe nieuwsgierigheid voldoen , met U te zeggen, dat ik eenen Brief fchrijf aan de Heeren Schrijvers van de Bijdragen tot het Menfchelijk Geluk" — ,, Wel zoo , en mag ik weten , waar over?" — „ Zeer gaarne: het is over de Opvoeding; een artikel , dunkt mij , dat zowel verbetering noodig heeft, als hetgeen mijn Broeder onlangs over de kwaadfprekendheid gefchreven beeft," — Op het

noe-

Sluiten